Computerboek 9
oefening 9.9

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in: moet / moeten
 1. Ik mijn huiswerk maken.
 2. Jij jouw huiswerk maken.
 3. Hij zijn huiswerk maken.
 4. Zij haar sommen maken.
 5. Wij ons huiswerk maken.
 6. Jullie jullie huiswerk maken.
 7. Zij hun huiswerk maken.
 8. U uw werk maken.
Vul in: mijn / jouw / uw / zijn / haar /
Vul in: ons / onze / jullie / hun
 9. Ik moet sommen maken.
10. Wij moeten huiswerk maken.
11. U moet werk maken.
12. Hij moet huiswerk maken.
13. Zij moet sommen maken.
14. Wij moeten sommen maken.
15. Jij moet werk maken.
16. Ali en Vincent moeten werk maken.