Computerboek 9
oefening 9.10

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul één van volgende woorden in:
douche | gang | deksel | slot | kachel | binnen | gasfornuis | huis | muur | keuken | knie | werk | bank | slaapkamer
gebruik elk woord één keer!
 1. Ahmed blijft buiten en ik ga naar .
 2. Jennifer valt op haar .
 3. Ik steek de sleutel in het .
 4. Aan de hangt een tekening.
 5. Vader zet de pan op het .
 6. De kapstok is in de .
 7. Mohamed maakt zijn .
 8. Selda doet de aan.
 9. Opa en oma wonen in een mooi .
10. Moeder doet de op de pan.
11. De is in de badkamer.
12. Het gasfornuis staat in de .
13. Mijn bed staat in de .
14. Wij zitten op de in de woonkamer.