Computerboek 8
oefening 8.8

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Werkwoorden
Vul in: geef / geeft / geven
 1. Ik het boek aan Ahmed.
 2. Hij de pen aan Fatma.
 3. Wij het potlood aan John.
 4. Jij de liniaal aan Hans.
 5. Jullie de bloes aan moeder.
Vul in: zwem / zwemt / zwemmen
 6. Hij in het water.
 7. Ik in de zee.
 8. Jullie in het zwembad.
 9. Jij in de rivier.
10. Wij in het meer.
Vul in: pak / pakt / pakken
11. Wij de laars.
12. Hij de muts.
13. Ik het overhemd.
14. Jullie de jas.
15. Jij de schoenen.
Vul in: koop / koopt / kopen
16. Jullie een jas.
17. Hij een zwembroek.
18. Ik handschoenen.
19. Jij schoenen.
20. Wij laarzen.