Computerboek 8
oefening 8.6

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Tegenstellingen
Vul in:
droog | vast | oud | groot | goed | vol | open | los | klein
          schoon | dicht | vuil | nieuw | nat | dun | leeg | fout | dik

1. Deze bloes is vuil.  
- Die bloes is .
2. Deze rok is nieuw.  
- Die rok is .
3. Deze veter is los. 
- Die veter is .
4. Dit badpak is nat.  
- Dat badpak is .
5. Deze deur is open.  
- Die deur is .
6. Deze broek is schoon.  
- Die broek is .
7. Dit overhemd is oud.  
- Dat overhemd is .
8. Deze zwembroek is droog.  
- Die zwembroek is .
9. Deze trui is dik.  
- Die trui is .
10. Dit raam is dicht.  
- Dat raam is .
11. Dit glas is vol.  
- Dat glas is .
12. Deze jongen is groot.  
- Die jongen is .
13. Deze som is goed.  
- Die som is .
14. Deze jas is dun.  
- Die jas is .
15. Deze fles is leeg.  
- Die fles is .
16. Dit meisje is klein.  
- Dat meisje is .
17. Dit antwoord is fout.  
- Dat antwoord is .
18. Deze knoop zit vast.  
- Die knoop zit .
19. Deze sok is klein.  
- Die sok is .
20. Dit antwoord is goed.  
- Dat antwoord is .