Computerboek 8
oefening 8.2

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in:  
heb / hebt / heeft / hebben
      1. Ik een trui.
      2. Jij een rok.
      3. U een bloes.
      4. Hij een laars.
      5. Wij een broek.
      6. Jullie een schoen.
      7. Ahmed een zwembroek.
      8. Fatma een badpak.
      9. Ahmed en Fatma laarzen.
    10. Wij sokken.
    11. Hij schoenen.
    12. Jullie handschoenen.
    13. Ik een broek.
    14. Jij een muts.
    15. U een muts.
    16. Zij haar badpak aan.
    17. De jongens schoenen.
    18. Wij truien.
    19. De schoen veters.
    20. De broek een ritssluiting.