Computerboek 8
oefening 8.10

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in: zijn / haar
1. De jas is van moeder.  
- Dit is jas.
2. De rok is van Fatima.  
- Dit is rok.
3. De broek is van Jan.  
- Dit is broek.
4. De schoen is van de meester.  
- Dit is schoen.
5. De knoop is van de juf. 
- Dit is knoop.
6. Hans heeft een laars.  
- Dit is laars.
7. Selda heeft een jurk.  
- Dit is jurk.
8. Vader heeft een hemd.  
- Dit is hemd.
9. De muts is van moeder.  
- Dit is muts.
10. Fatma heeft een trui.  
- Dit is trui.
11. De tas is van moeder.  
- Dit is tas.
12. Het badpak is van Christina.  
- Dit is badpak.
13. Ali heeft een zwembroek.  
- Dit is zwembroek.
14. De meester heeft een sok.  
- Dit is sok.
15. De juf heeft een badpak.  
- Dit is badpak.