Computerboek 7
oefening 7.6

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Kies het goede woord: (gebruik elk woord één keer)
tafel | patat | lucifer | pan | limonade | keuken | fles | kurk | melk | deksel
      1. Moeder is in de .
      2. De soep is in de .
      3. De zit op de pan.
      4. Ik drink koffie met en suiker.
      5. De borden staan op de .
      6. Ik schenk de in het glas.
      7. Op de fles zit een .
      8. De kurk zit op de .
      9. Jan eet .
    10. Maria steekt het gasfornuis aan met een .