Computerboek 6
oefening 6.4

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul één van de volgende woorden in:
dicht | klein | koud | fout | dik | leeg | goed | warm | dun | groot | vol | open
      1. De zin is niet goed, maar .
      2. De melk is niet warm, maar .
      3. Het glas is niet vol, maar .
      4. Het raam is niet open, maar .
      5. Het boek is niet dun, maar .
      6. De jongen is niet groot, maar .
      7. De deur is niet dicht, maar .
      8. De man is niet dik, maar .
      9. De som is niet goed, maar .
    10. De appel is niet klein, maar .
    11. De soep is niet koud, maar .
    12. De pan is niet leeg, maar .
    13. De map is niet open, maar .
    14. De baby is niet groot, maar .
    15. De tas is niet vol, maar .