Computerboek 6
oefening 6.3

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in:
doe / doet / doen
leg / legt / leggen

schenk / schenkt / schenken
      1. De jongen de map op de tafel.
      2. Moeder de thee in een kopje.
      3. Ik het boek in de tas.
      4. Fatma de messen in de kast.
      5. Wij suiker in de koffie.
      6. Ik de melk in de beker.
      7. Fatma en Ahmed de boeken in de kast.
      8. De meisjes de koffie in de kopjes.
      9. Ik het potlood naast de pen.
    10. Vader de aardappels in de pan.