Computerboek 5
oefening 5.9

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in:   op   /   in   /   naar   /   met   /   onder   
  1. de jongen loopt school.
  6. de leerlingen kijken het bord.
  2. moeder heeft een tas haar hand.
  7. de map is de schooltas.
  3. de juf gaat de klas.
  8. ik praat de juf.
  4. hij zit de stoel.
  9. wij zitten de lamp.
  5. de meester schrijft een pen.
 10. hij kleurt een kleurpotlood.