Computerboek 4
oefening 4.7

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

Voorbeeld:

ik heb een pen    - het is mijn pen
1. jij heb een tas     - het is tas.
2. u hebt een boek     - het is boek.
3. hij heeft een liniaal     - het is liniaal.
4. zij heeft een vriendin     - het is vriendin.
5. wij hebben een juf     - het is juf.
6. jullie hebben een meester     - het is meester.
7. zij hebben een schrift     - het is schrift.
8. ik heb een gum     - het is gum.
9. jij hebt een vriend     - het is vriend.
10. u hebt een klok     - het is klok.