Computerboek 3
oefening 3.9

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Kies uit de volgende woorden: (gebruik elk woord één keer)
   ben  |    bent  |    is   |   lees  |    leest   |   lezen     
schrijf   |   schrijft   |   schrijven  |   zijn  |    zit   |   zitten
  
  1. jij in het zwembad.
 7. jullie in de school.
  2. Fatma een boek.
 8. ik op het bord met een stift.
  3. wij met een pen in de map.
 9. hij op de stoel.
  4. hij een jongen.
10. ik Ahmed.
  5. jij met een pen.
11. jullie op de tafel.
  6. ik in het boek.
12. Ahmed en Alexandra een boek.