Computerboek 3
oefening 3.8

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in:     haar   /   mijn   /   zijn     
1. ik kijk met oog.
  oog
2. hij hoort met oor.
  
3. zij ruikt met neus.
  
4. hij praat met mond.
  
5. zij wijst met vinger.
  
6. hij kijkt met oog.
  oog
7. zij hoort met oor.
  
8. ik wijs met vinger.
  
9. zij kijkt met oog.
  oog
10. ik ruik met neus.
  
11. zij praat met mond.
  
12. hij wijst met vinger.
  
13. ik hoor met oor.
  
14. hij ruikt met neus.
  
15. ik praat met mond.