Computerboek 3
oefening 3.5

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in:   ben  /   bent   /   is   /   zijn   
  1. ik de meester.
 8. hij in het zwembad.
  2. jij Fatma.
 9. wij op de trap.
  3. hij Ahmed.
10. ik in de klas.
  4. zij de juf.
11. zij twee meisjes.
  5. wij Mohamed en Saïd.
12. jij in de gang.
  6. jullie Omer, Selma en Esrin.
13. zij een vrouw.
  7. zij Jan en Tom.
14. jullie in de school.