Computerboek 3
oefening 3.3

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul één van de volgende woorden in:
de bloem  |  de juf  |  de kast  |  de meester  |  de stoel  
een tekening  |  het boek  |  het bord  |  het schrift  |  plaatje
  1. de juf schrijft op .
 6. , zij is in de klas.

  2. , hij zit op een stoel.
 7. het meisje zit op .

  3. Fatma leest .
 8. de jongen schrijft in .

  4. Ahmed kleurt het .
 9. zij tekent .

  5. zij ruikt aan .
10. Ahmed pakt een boek uit .