Computerboek 3
oefening 3.10

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in:     mijn  /    zijn  /    haar  /    ik   /   hij   /   zij
1. wijs met mijn vinger.     
2. zij praat met mond.  
  
3. ruikt met zijn neus.  
  
4. ik hoor met oor.  
  
5. zij kijkt met oog.  
  
6. hoort met zijn oor.  
  
7. kijkt met zijn oog.  
8. ik praat met mond.  
  
9. hij wijst met vinger.  
10. kijk met mijn oog.
  
  
11. hij hoort met oor.
  
  
12. wijst met haar vinger.
  
  
13. ik ruik met neus.
  
  
14. praat met zijn mond.
  
  
15. ruikt met haar neus.