Computerboek 2
oefening 2.11

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
vul in:  ben  /  bent  /  is
           ik  /  jij  /  hij  /  zij
  1. ik een meisje.
  6. hij op de trap.
  2. de meester een man.
  7. Fatma in de school.
  3. jij in de klas.
  8. is een jongen.
  4. is de juf.
  9. ben de meester.
  5. ben in de klas.
10. zij op het schoolplein.