Computerboek 10
oefening 10.6

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Ik zet het kopje op de tafel

vul in: leggen | zetten | staan | liggen | zitten | doen
 1. Hij in zijn bed.
 2. Vader suiker in de thee.
 3. De televisie in de woonkamer.
 4. Moeder de messen naast de borden.
 5. Wij op een stoel en luisteren naar de juf.
 6. Jullie de stoelen bij de tafel.
 7. De kinderen bij de kassa in de winkel.
 8. Het meisje de deur op slot.
 9. Opa de sleutels op de tafel.
10. De juf de blaadjes in de kast.
11. De messen naast de borden.