Computerboek 10
oefening 10.5

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Ik heb twee boeken.  
Dit zijn mijn boeken.
1. Jij hebt drie appels.  
Dit zijn appels.
 2. Zij heeft een jurk.  
Dit is jurk.
 3. Jullie hebben een auto.  
Dit is auto.
 4. Wij hebben een klas.  
Dit is klas.
5. Hij heeft drie pennen.  
Dit zijn pennen.
6. Ik heb een schrift.  
Dit is schrift.
 7. Zij hebben een gymzaal.  
Dit is gymzaal.
  8. Wij hebben een huis.  
Dit is huis.
 9. U heeft een fiets.  
Dit is fiets.
 10. Jij hebt een tuin.  
Dit is tuin