Nederlands voor anderstaligen
oefening 9.8

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Ik ga naar school.  
  Vandaag ga ik naar school.
1. Ik ga slapen.  
 's Avonds .
2. Ik poets mijn tanden.  
 's Morgens .
3. Wij gaan naar Amsterdam.  
 Morgen .
4. Wij hebben wiskunde.  
 Vanmiddag .
5. Zij kijkt televisie.  
 's Avonds .
6. Jij gaat naar bed.  
 's Avonds .
7. Wij drinken koffie.  
 's Morgens .
8. Jij doet boodschappen.  
 Vanmiddag .
9. Wij eten avondeten.  
 's Avonds .
10. Ik eet mijn ontbijt.  
 's Morgens .
11. Ahmed fietst met Mehmet naar school.  
 's Morgens .
12. Fatima en Ellie doen boodschappen op de markt.  
 Vanmiddag .
13. Alie en Fatma gaan naar de bioscoop.  
 Vanavond .
14. Tom gaat naar de boot van zijn oom.  
 Morgen .
15. Peter poetst zijn tanden in de badkamer.  
 's Avonds .
16. Anna helpt haar moeder in de keuken.  
 Vanavond .
17. Wij eten tomatensoep.  
 Vanavond .
18. Mehmet gaat op bezoek bij zijn oma.  
 Vanmiddag .
19. Tom gaat op bezoek bij zijn moeder in het ziekenhuis.  
 Morgen .
20. Ellie moet naar de tandarts.  
 Vanmiddag .
21. Tom gaat naar de apotheek.  
 Vanmorgen .
22. De jongens spelen een voetbalwedstrijd.  
 Morgen .