Nederlands voor anderstaligen
oefening 9.4

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Aan de muur hangt een schilderij.
Er hangt een schilderij aan de muur.
 1. In de kast liggen kleurpotloden.  Er liggen .
 2. Op de vensterbank staat een tas.  Er .
 3. Achter de deur staat een jongen.  Er .
 4. Voor het raam zit een poes.  Er .
 5. Op de trap lopen jongens.  Er .
 6. In de klas zitten leerlingen.  Er .
 7. Op de weegschaal liggen appels.  Er .
 8. In het park loopt een hond.  Er .
 9. Voor het huis staat een hek.  Er .
10. In het bos staan bomen en planten.  Er .
11. Aan de muur hangen platen.  Er .