Nederlands voor anderstaligen
oefening 9.1

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
de kalender dagen en maanden

De dagen van de week
 1. Als het vandaag maandag is, dan is het morgen .
 2. En overmorgen is het .
 3. Over drie dagen is het dan .
 4. Over vier dagen is het dan .
 5. Over vijf dagen is het dan .
 6. Als het vandaag zondag is, dan was het gisteren .
 7. En eergisteren was het dan .
 8. En morgen is het dan .

De maanden van het jaar
 9. De eerste maand is .
10. De tweede maand is .
11. De derde maand is .
12. De vierde maand is .
13. De vijfde maand is .
14. De zesde maand is .
15. De zevende maand is .
16. De achtste maand is .
17. De negende maand is .
18. De tiende maand is .
19. De elfde maand is .
20. De laatste maand is .