Nederlands voor anderstaligen
oefening 8.9

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Tegenstellingen
suikerSuiker is niet zuur, suiker is
zoet.
 1.  de flat Een flat is niet laag, een flat is .
 2.  de baby Een baby is niet groot, een baby is .
 3.  de opa Mijn opa is niet jong, hij is .
 4.  het boek Dit boek is niet dun, het is .
 5.  de sneeuwpop In de winter is het niet warm, in de winter is het .
 6.  de kist Deze kist is niet licht, hij is .
 7.  de jurk Deze jurk is niet duur, hij is .
 8.  het huis Het huis is niet mooi, maar .
 9.  Ellie Ellie is niet gezond, ze is .
10.  de id-kaart van Harry Harry is niet legaal, hij is .
11.  de sneeuw Sneeuw is niet zwart, sneeuw is .
12.  de auto Deze auto rijdt niet snel, hij rijdt .
13.  de Nederlandse vlag Nederlands is niet moeilijk, Nederlands is
14.  de was De was is nog niet droog, hij is nog .
15.  de jas Mijn jas is niet lang, hij is .
16.  het geld Ik heb niet veel geld, ik heb geld.
17.  het woonerf Deze straat is niet gevaarlijk, hij is .
18.  het boek Dat boek is niet vervelend, het is .
19.  de appel De appel is niet zacht, hij is .
20.  de broek Mijn broek is niet vuil, hij is .