Nederlands voor anderstaligen
oefening 8.1

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in:

Schrijf met letters:
 1. 400  =
 2. 900  =
 3. 100  =
 4. 500  =
 5. 800  =
 6. 1000  =
 7. 600  =
 8. 200  =
 9. 300  =
10. 700  =

Schrijf met cijfers:
11. Het getal 345 bestaat uit cijfers.
12. Het getal 2015 bestaat uit cijfers.
13. Het getal 98 bestaat uit cijfers.
14. Het getal 40.500 bestaat uit cijfers.
15. Het getal 8 bestaat uit cijfer.
16. Het getal 123 bestaat uit cijfers.
17. Het getal ½ bestaat uit cijfers.
18. Het getal 1¾ bestaat uit cijfers.
19. Het getal 1000 bestaat uit cijfers.
20. Het getal 550 bestaat uit cijfers.

 Schrijf met cijfers:

21. honderdéén =
22. achthonderddrieënveertig =
23. vierhonderdeenentwintig =
24. zevenhonderdachtentachtig =
25. zesenveertig =
26. negenhonderdtweeënzeventig =
27. duizend =
28. driehonderdveertien =
29. tweehonderdzevenentwintig =
30. elf =