Nederlands voor anderstaligen
oefening 6.9

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Let op: Waar staat niet?
voorbeelden:

 Ligt hij op de grond?  
  Nee, hij ligt niet op de grond.
 Heb jij het recept?  
  Nee, ik heb het recept niet.

 

 1. Ben jij bij de dokter?
 Nee, ik .
 2. Gaan jullie naar huis?
 Nee, wij .
 3. Eten zij de appel?
 Nee, zij .
 4. Zitten jullie op de kast?
 Nee, wij .
 5. Pak jij de tas?
 Nee, ik .
 6. Liggen de meisjes op het gras?
 Nee, de meisjes .
 7. Spelen de kinderen in de tuin?
 Nee, de kinderen .
 8. Betalen zij de cadeautjes?
 Nee, zij .
 9. Is mijn hand vuil?
 Nee, jouw .
10. Zijn jouw voeten groot?
 Nee, mijn .
11. Is uw haar rood?
 Nee, mijn .
12. Ga jij met de fiets?
 Nee, ik .
13. Heb jij het boek?
 Nee, ik .
14. Pakt de leraar de map?
 Nee, hij .
15. Is de bal groen?
 Nee, de bal .
16. Is moeder in de kamer?
 Nee, zij .
17. Gaat Fatma naar Ellie?
 Nee, zij .
18. Zit jij op de vloer?
 Nee, ik .
19. Pakt hij de sok?
 Nee, hij .
20. Is het boek mooi?
 Nee, het .