Nederlands voor anderstaligen
oefening 6.2

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul één van de volgende woorden in:
ogen / hoofd / neus / lippen / wimpers / kiezen / tong / haar / oren / tanden
      1. Hij ruikt met zijn .
      2. Ik bijt met mijn .
      3. Zij hoort met haar .
      4. Ik kijk met mijn .
      5. Hij likt met zijn .
      6. Zij kauwt met haar .
      7. Meester Jan kamt zijn .
      8. Een mond heeft twee .
      9. Ellie heeft mooie ogen met lange .
    10. Deze lichaamsdelen horen allemaal bij het .