Nederlands voor anderstaligen
oefening 5.8

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Tegenstellingen
Die trui is niet mooi, hij is lelijk.
   1. Opa is niet jong, hij is .
11. Dit kopje is leeg, dat kopje is .
   2. De straat is niet smal, hij is .
12. Deze rok is schoon, die rok is .
   3. Dit huis is niet oud, het is .
13. Deze map is nieuw, die map is .
   4. Fatma is boven, Tom is .
14. Samantha is niet oud, zij is .
   5. Dit glas is vol, dat glas is .
15. De gang is niet breed, hij is .
   6. Deze som is goed, die som is .
16. Het antwoord is niet fout, het is .
   7. Dit huis is laag, dat huis is .
17. De auto is niet hoog, hij is .
   8. Deze jongen is niet groot, hij is .
18. Dit meisje is niet klein, zij is .
   9. Deze broek is vuil, die broek is .
19. De lift is niet beneden, hij is .
  10. Het haar is niet kort, het is .
20. De liniaal is niet lang, hij is .