Nederlands voor anderstaligen
oefening 5.6

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in:    zit  /  lig  /  ligt  /  sta  /  staat
Let ook op de HOOFDLETTERS!
    1. Tom in bed.
  9. Het potlood op de bank.
    2. Ellie op de fiets.
10. jij in bed?
    3. De boom in de tuin.
11. Het huis in de straat.
   4. De appel op de grond.
12. De appel onder de boom..
    5. De trui in de kast.
13. de meester op de fiets?
    6. De plant voor het raam.
14. Ik in bed.
    7. de plant op de tafel?
15. De stoel bij de tafel.
    8. Moeder in de auto.