Nederlands voor anderstaligen
oefening 5.13

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

Lees deze tekst en geef antwoord op de vragen

De Slaapkamer
Joke is in haar slaapkamer. De slaapkamer is niet beneden, maar boven.
In de slaapkamer staat het bed van Joke. Op het bed ligt een sprei. De sprei is niet rond, maar vierkant. Onder de sprei ligt een kussen, een deken en een laken.
Het bed staat naast het raam. Het raam is groot. Joke hangt een gordijn voor het raam. Het gordijn is rood en wit, het is nieuw.
Joke is klaar en gaat zitten. Zij zit op een stoel bij de tafel.
De tafel is niet groot, hij staat in de hoek van de kamer. Op de tafel staat een plant.
Boven de tafel hangt een spiegel. De spiegel is niet vierkant, maar rond.
Joke kijkt in de spiegel naar haar trui. De trui is niet schoon, maar vuil.
Zij gaat naar de kast, die staat naast de deur. Joke pakt een bloes. Zij doet de trui uit en de bloes aan. Zij kijkt weer in de spiegel. Nu is het goed.
Zij pakt een boek en leest. Het boek is mooi.
Daar roept Tom: "Joke, kom je? Fatma is hier!" "Ja," roept Joke, "ik kom!"
Zij legt het boek op de tafel en gaat naar beneden.



 1. Is Joke beneden?

 2. Is het bed van Ayse?

 3. Ligt de sprei onder het bed?

 4. Ligt de deken onder de sprei?

 5. Staat het bed naast het raam?

 6. Is het raam klein?

 7. Hangt Joke de sprei voor het raam?

 8. Is het gordijn nieuw?

 9. Staat de stoel naast de kast?

10. Staat de tafel naast de deur?

11. Staat de plant op de tafel?

12. Hangt het gordijn boven de tafel?

13. Is de trui van Joke schoon?

14. Doet Joke een broek aan?

15. Is het boek van Joke mooi?

16. Roept vader Joke?

17. Gaat Joke naar beneden?