Nederlands voor anderstaligen
oefening 5.10

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

Lees deze tekst en geef antwoord op de vragen

De woonkamer
Vader is in de woonkamer en moeder ook. Daar komt Jan de kamer binnen.
Hij ziet vader en zegt: "Maakt u mijn horloge, vader? Het is kapot."
Vader ziet het horloge en zegt: "Dat is moeilijk, Jan. Het horloge is niet nieuw, maar oud."
Nu pakt vader zijn portemonnee en zegt tegen Jan: "Kijk, hier is vijftig euro. Ga maar naar de winkel en koop een horloge."
"Dank u wel, vader", zegt Jan en hij gaat naar de gang. Daar pakt hij zijn jas en gaat naar buiten.

Vader vraagt: "Waar is mijn pen?"
"Hij ligt in de kast", zegt moeder, "naast het boek van Jan."
Vader gaat naar de kast. hij pakt zijn pen en ook een schrift.
Hij gaat zitten op een stoel bij de tafel en schrijft in het schrift: € 50,- voor een horloge voor Jan. Vader doet het schrift en de pen in de kast en pakt een boek. Hij gaat zitten op de bank voor het raam en leest in zijn boek.
Moeder zit ook op de bank, zij naait een rok. De rok is rood en blauw.
"Voor wie is die rok?", vraagt vader.
"Deze rok is voor Wilma", zegt moeder. "Zo, hij is klaar. Nu naai ik een bloes, die is niet voor Wilma, maar voor Anneke." De bloes is geel en groen.
Daar komt Wilma binnen. "Is de rok klaar, moeder?"
"Ja", zegt moeder, "Is hij goed?"
"O ja, hij is mooi, moeder, dank u wel!"



 1. Is vader in de gang?

 2. Is het horloge van Tom kapot?

 3. Is het horloge oud?

 4. Geeft vader 55 euro aan Jan?

 5. Ligt de pen naast het schrift?

 6. Schrijft vader in het boek?

 7. Staat de bank voor het raam?

 8. Zit Wilma naast vader op de bank?

 9. Is de rok groen?

10. Is de rok voor Anneke?

11. Naait moeder voor Anneke?

12. Is de bloes blauw en groen?

13. Komt Wilma binnen?

14. Is de rok mooi?