Nederlands voor anderstaligen
oefening 4.2

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

voorbeeld

de sok Heeft vader de sok?   
Pak jij de sok?   

   Ja, vader heeft de sok.

   Nee, ik pak de sok niet.

1. de rokHeeft de jongen de rok?    
  Nee, .
2. het vestHeeft hij het vest?    
  Ja, .
3. het overhemdHeeft Yasr het overhemd?    
  Nee, .
4. de vlagHeb jij de vlag?    
  Nee, .
5. de broekHeeft hij de broek?    
  Ja, .
6. de truiPakt moeder de trui?    
  Nee, .
7. de tuinIs zij in de tuin?    
  Ja, .
8. de schoenHeb ik de schoen?    
  Nee, .
9. de bloesHeeft Rita de bloes?    
  Nee, .
10. de schoolGaat moeder naar school?    
  Ja, .
11. ziekBen jij ziek?   
   Ja, .
12. de jasPakt Aziza de jas?   
   Nee, .
13. de fietsHeeft Ruben een fiets?    
  Ja, .