Nederlands voor anderstaligen
oefening 3.2

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

voorbeeld

Ik zie een tafel.       
      De man ziet een tafel
1. Ik teken een huis.    
  Ellie een huis.
2. Joke ziet de klok.    
  Ik de klok.
3. Ik teken de klas.    
  Mohamed de klas.
4. Ik hoor de bel.    
  De vrouw de bel.
5. Ik zeg: "dag mevrouw".    
  Hans : "dag meneer".
6. Ik zeg: "dag moeder".    
  Moeder : "dag Fatma".
7. Vader hoort de klok.    
  Ik de klok.
8. Ik zie de tafel.    
  De leraar de tafel.
9. Meneer Smit zegt: "tot ziens".    
  Ik : "tot ziens".
10. Ik hoor het horloge.    
  Mevrouw Jansen het horloge.
11. Mine tekent op het bord.    
  Ik op het bord.
12. Ik pak een bloem.    
  Meneer Traas een bloem.