Nederlands voor anderstaligen
oefening 3.1

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

voorbeeld

Heeft Mehmet een klok?    
   
Ja, Mehmet heeft een klok.
Nee, Mehmet heeft geen klok.
1. Heeft de leraar een schrift?    
  Ja, .
Nee, .
2. Heeft moeder een stoel?    
  Ja, .
Nee, .
3. Heeft vader een horloge?    
  Ja, .
Nee, .
4. Heeft het meisje een pen?    
  Ja, .
Nee, .
5. Heeft Joke een klok?    
  Ja, .
Nee, .
6. Heeft Mohamed een auto?    
  Ja, .
Nee, .
7. Pakt de jongen een boek?    
  Ja, .
Nee, .
8. Ziet de lerares een leerling?    
  Ja, .
Nee, .
9. Tekent Hans een kast?    
  Ja, .
Nee, .
10. Heeft de klok een grote wijzer?    
  Ja, .
Nee, .