Nederlands voor anderstaligen
oefening 2.4

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

voorbeeld

Dit is de tafel. De tafel is hier.
Dat is de tafel. De tafel is daar.


 1. het schrift
Dit is het schrift.
.
 2. de liniaal
Dat is de liniaal.
.
 3. het potlood
Dat is het potlood.
.
 4. het krijtje
Dit is het krijtje.
.
 5. de stoel
Dat is de stoel.
.
 6. de klok
Dit is de klok.
.
 7. het bord
Dit is het bord.
.
 8. het meisje
Dat is het meisje.
.
 9. de jongen
Dit is de jongen.
.
10. de man
Dat is de man.
.