Nederlands voor anderstaligen
oefening 1.6

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul in: hier / daar

 1. het boek
Dit boek is hier. Dat boek is .
 2. het potlood
Dat potlood is daar. Dit potlood is .
 3. het meisje
Dit meisje is hier. Dat meisje is .
 4. het schrift
Dit schrift is hier. Dat schrift is .
 5. het blaadje
Dat blaadje is daar. Dit blaadje is .
 6. het raam
Dit raam is hier. Dat raam is .
 7. het gordijn
Dat gordijn is daar. Dit gordijn is .
 8. het gum
Dit gum is hier. Dat gum is .
 9. het glas
Dat glas is daar. Dit glas is .
10. het kopje
Dat kopje is daar. Dit kopje is .
11. het boek
Dat boek is daar. Dit boek is .
12. het schrift
Dat schrift is daar. Dit schrift is .
13. het potlood
Dit potlood is hier. Dat potlood is .
14. het raam
Dat raam is daar. Dit raam is .
15. het meisje
Dat meisje is daar. Dit meisje is .