Nederlands voor anderstaligen
oefening 1.4

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

voorbeeld

Wie bent u? Ik ben meneer de Groot.
   Wie ben jij?      Wie bent u?   
1.
Ik ben meneer Groen.
2. Ik ben Fatma.
3. Ik ben Laura.
4. Ik ben Kees.
5. Ik ben mevrouw Smit.
6. Ik ben meneer Smit.
7. Ik ben Tom.
8. Ik ben Wim.
9. Ik ben meneer Adema.
10. Ik ben mevrouw Scheele
11. Ik ben Mohammed.
12. Ik ben mevrouw van Oord.
13. Ik ben Selma.
14. Ik ben Fatiha.
15. Ik ben meneer Traas.