Nederlands voor anderstaligen
oefening 1.3

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

voorbeeld

Wie ben jij? Ik ben Rashid. Ik ben een jongen
Wie bent u? Ik ben mevrouw Jansen. Ik ben een vrouw.
 1. Wie ben jij? Ik ben Hans. .
 2. Wie ben jij? Ik ben Rita. .
 3. Wie bent u? Ik ben mevrouw Bleker. .
 4. Wie ben jij? Ik ben Alexandra. .
 5. Wie bent u? Ik ben meneer Bleker. .
 6. Wie bent u? Ik ben mevrouw van Dam. .
 7. Wie ben jij? Ik ben Jan. .
 8. Wie ben jij? Ik ben Mustafa. .
 9. Wie bent u? Ik ben meneer van de Velde. .
10. Wie ben jij? Ik ben Fatima. .
11. Wie bent u? Ik ben mevrouw Aslan. .
12. Wie bent u? Ik ben meneer Lubbers. .
13. Wie ben jij? Ik ben John. .
14. Wie bent u? Ik ben meneer Bos. .
15. Wie ben jij? Ik ben Saskia. .