Nederlands voor anderstaligen
oefening 14.1

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Hoe noem je zo iemand?
Iemand die brood bakt is een bakker
Iemand die metselt is een metselaar

achtervoegsels -er en -aar
  1.  Iemand die schaatst is een .
  2.  Een man die veel wandelt is een .
  3.  Een man die boeken schrijft noemen we een .
  4.  Een generaal die een stuk land verovert is een .
  5.  Wie bij Ajax voetbalt is een .
  6.  Tekenen is het beroep van een .
  7.  Wie op een grote trom trommelt is een .
  8.  Iemand die zwemt is een .
  9.  In een molen woont een .
10.  Iemand die iets verkoopt noemen we een .