Nederlands voor anderstaligen
oefening 13.9

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Voltooid deelwoord
maken     Ik heb deze les gemaakt in mijn schrift.
Doe hetzelfde met de volgende werkwoorden:
 1. leren  Mehmet heeft zijn dictee goed .
 2. lenen  Heb jij boeken van de bibliotheek ?
 3. kijken  We hebben goed naar links en rechts .
 4. voorlezen  De meester heeft een spannend verhaal .
 5. eten  Francisco heeft al vijf boterhammen .
 6. leggen  Hebben jullie de boeken in de kast ?
 7. winnen  Ajax heeft de voetbalwedstrijd .
 8. huilen  De baby heeft de hele middag .
 9. drinken  Joyce heeft een glas cola .
10. hebben  Vorig jaar heeft zij een ongeluk .
11. voelen  Sinan heeft zich gisteren niet goed .
12. maken  De timmerman heeft een stevige kast .
13. kopen  Mijn vader heeft op de markt een schaap .
14. passen  In de winkel heeft mijn zus een dure jas .
15. pakken  Mieke heeft de koekjes uit de kast .
16. vertellen  Hij heeft mij het hele verhaal .
17. zien  Wij hebben jullie in de stad .
18. spreken  Maar we hebben jullie niet .
19. verdienen  Hij heeft veel geld met kranten bezorgen.
20. horen  Ik heb je niet . Zeg het nog eens.