Nederlands voor anderstaligen
oefening 13.8

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Wat is het hele werkwoord?
  voltooide tijd
hele werkwoord
 1. Vader heeft de tv aangezet.  
 2. Heb jij al afgewassen?  
 3. Moeder heeft de was binnengehaald.  
 4. Alle passagiers zijn al ingestapt.  
 5. Hatice is de school binnengerend.  
 6. Aan de kassa hebben we onze boodschappen afgerekend.  
 7. Al die getallen zijn bij elkaar opgeteld.  
 8. Gisteren heeft hij de dokter opgebeld.  
 9. Vandaag heeft iedereen goed opgelet.  
10. Hij heeft zijn tas op de grond neergezet.  
11. De meester heeft de leesboeken uitgedeeld.  
12. Na de afwas heb ik heb ik de keuken schoongemaakt.  
13. Wat heeft Nazife dat cadeauje mooi ingepakt.  
14. Wie heeft vandaag het eten klaargemaakt?  
15. De juf heeft hem weggestuurd.  
16. Alle reizigers zijn uitgestapt.  
17. Ik heb 12 van 20 afgetrokken.  
18. Jan heeft de brief opgestuurd.  
19. Heb je er een postzegel opgeplakt?  
20. Het kind heeft zijn bordje leeggegeten.  
21. De bus is net weggereden.  
22. Heb je dat boek al teruggebracht?  
23. Heb je de zin overgeschreven?  
24. Ik heb de radio uitgezet.  
25. Hij heeft de toets overgedaan.