Nederlands voor anderstaligen
oefening 13.7

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
optellen     Ik heb die vijf getallen opgeteld.
Vervoeg het werkwoord met het hulpwerkwoord hebben:
 1. afwassen  Vader vanavond .
 2. aanwijzen  De leraar het woord .
 3. voorlezen  De juf het verhaal .
 4. dichtdoen   jij de deur ?
 5. afwassen  Ik gisteren .
 6. afdrogen  En mijn broer .
 7. nazeggen  De leerlingen de zin .
 8. overschrijven  Gisteren we het dictee .
 9. opdrinken   jij je melk wel ?
10. opeten  Ik al mijn brood .
11. meedoen  Iedereen met de sportdag .
12. omroepen  Op het station men de vertrektijd .
13. terugbrengen  Fatiha de sleutel weer .
14. uitkijken  Op het kruispunt de kinderen goed .
15. uitslapen  Zondag Mustafa tot 10 uur .
16. overgeven  Toen hij misselijk was, hij .