Nederlands voor anderstaligen
oefening 13.6

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Vul het hulpwerkwoord in:   hebben of zijn
 1. Ajax zondag de wedstrijd gewonnen?
 2. je vannacht lekker geslapen?
 3. Ik de handdoeken uit de wasmachine gehaald.
 4. De jongens vanmiddag gevoetbald.
 5. jij in Amersfoort gebleven?
 6. Jullie niet op tijd op school gekomen.
 7. Hassan van zijn fiets gevallen.
 8. Gisteren Iryna ziek geweest.
 9. zij allebei met de trein naar Groningen gegaan?
10. Wij hem op straat gezien.
11. Onze buurman vorige week een nieuwe auto gekocht.
12. jij op tijd op school gekomen?
13. jij al koffie gedronken?
14. Zaterdagavond we naar de bioscoop geweest.
15. Mijn moeder lekker gekookt.
16. Ik al mijn geld uitgegeven.
17. Wij op de kaart gekeken.
18. Mehmet Ali zijn huiswerk goed gemaakt.
19. hij het boek helemaal uitgelezen?
20. Wij elkaar op de markt ontmoet.