Nederlands voor anderstaligen
oefening 13.5

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Voltooid deelwoord
maken     Ik heb deze les gemaakt in mijn schrift.
Doe hetzelfde met de volgende werkwoorden:
 1. vliegen  Heb jij wel eens ?
 2. halen  Ik heb mijn diploma .
 3. springen  De atleet is over 2 meter .
 4. blaten  Dat schaap heeft de hele nacht .
 5. drinken  Heb jij in de pauze koffie ?
 6. eten  Nee, maar ik heb wel een koekje .
 7. krijgen  Van wie heb je die appel ?
 8. kiezen  Hij heeft het mooiste boek .
 9. fluiten  De scheidsrechter heeft al twee keer .
10. kopen  Ik heb bij de bakker brood .
11. wijzen  De leraar heeft naar hem .
12. doen  Je hebt de afwas toch wel ?
13. schrijven  Jullie hebben vandaag heel netjes .
14. verkopen  De fietsenmaker heeft drie fietsen .
15. roepen  Moeder heeft Ismaël .
16. dragen  Heb je die zware koffer zelf ?
17. grijpen  De meester heeft de leerling in zijn kraag .
18. kijken  Fatima heeft naar een mooie film .
19. staan  Wij hebben lang in de rij .
20. lopen  Mijn zusje en ik zijn vanmiddag naar school .
21. winnen  Welke club heeft de wedstrijd ?
22. slapen  De baby heeft lekker lang .
23. zijn  Ik ben vandaag niet buiten .
24. blijven  Omdat het regent ben ik binnen .
25. schijnen  De zon heeft de hele dag niet .