Nederlands voor anderstaligen
oefening 13.4

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Voltooid deelwoord
maken     Ik heb deze les gemaakt in mijn schrift.
Doe hetzelfde met de volgende werkwoorden:
 1. lopen  Wij hebben een uur .
 2. gaan  Hij is ziek naar huis .
 3. hangen  Ik heb een poster aan de muur .
 4. zien  Dat heb ik nog nooit .
 5. staan  De soldaat heeft de hele dag op wacht .
 6. spreken  Wij hebben er met hem over .
 7. liggen  Mijn zus heeft de hele dag in de zon .
 8. zoeken  Ik heb lang naar mijn fiets .
 9. houden  Hij heeft veel van zijn vader .
10. kijken  We hebben er een hele poos naar .
11. buigen  De liniaal is door de warmte .
12. zitten  Zij hebben in de schaduw .
13. binden  Ik heb het touw goed vast .
14. dragen  Hij heeft de tas .
15. hijsen  Op Koninginnedag hebben we de vlag .
16. werken  Hij heeft te snel .
17. noemen  Hij heeft zijn naam .
18. rusten  Tijdens de wandeling hebben we niet .
19. lopen  We hebben 10 kilometer .
20. raden  Jij hebt het antwoord .
21. knippen  De kapper heeft mijn haar .
22. schrijven  Dat boek is mooi .
23. tekenen  De plaatjes zijn goed .
24. bukken  Hij heeft zich net op tijd .
25. rennen  We hebben als hazen .