Nederlands voor anderstaligen
oefening 13.2

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

Vul één van de volgende woorden in:

   De bakker      De groenteman      De houthakker      De kweker      De politieagent      De schoenmaker      De slager      De tandarts      De tuinman      De verpleegster   
  1.   hakt bomen in het bos.
  2.   repareert de schoenen.
  3.   verzorgt de zieken.
  4.   deelt bekeuringen uit.
  5.   trekt de zieke kies.
  6.   bakt iedere dag vers brood.
  7.   slacht iedere maandag twee koeien.
  8.   harkt de bladeren bij elkaar.
  9.   kweekt allerlei kleurige bloemen.
10.   verkoopt vijf kilo appels.