Nederlands voor anderstaligen
oefening 13.1

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

Vul één van de volgende woorden in:

   Beren      De bomen      De bromfietsers      De dokter      De gewichtheffer      De glazenwassers      De lerares      De tuinman      De winkelier      Ik   
  1.   harkt de paden van de kasteeltuin.
  2.   eten bijzonder graag honing.
  3.   drukt de zware gewichten omhoog.
  4.   geneest de zieke.
  5.   schrijf mijn naam op al mijn schriften.
  6.   zemen de ramen van het flatgebouw.
  7.   tanken bij de benzinepomp.
  8.   verkoopt ook frisdranken.
  9.   schrijft een som op het bord.
10.   buigen door de harde wind.