Nederlands voor anderstaligen
oefening 12.5

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

 

vul in: iets - niets , iemand - niemand
 1. Ik neem een cola. Willen jullie ook drinken?
 2. Ik heb honger, kan ik eten?
 3. Nee, ik heb voor jou.
 4. Hussein belt het stadhuis, hij wil spreken over zijn paspoort.
 5. Er is niet goed met zijn verblijfsvergunning.
 6. Heb jij mijn map gezien? Nee, ik heb gezien.
 7. De winkels gaan pas om negen uur open. Er is nog op straat.
 8. Er is geen licht in de kelder. Ik kan zien.
 9. Als je wil spreken, kun je bellen.
10. Het lokaal was leeg, er was .
11. Mag ik u vragen?
12. Het is stil in de kamer, er is .
13. Mijn portemonnee is leeg, ik heb meer.
14. Hoor je dat? klopte aan de deur.
15. De leraar zei: " moet het gedaan hebben."
16. mocht naar het zwembad.
17. Ik hoorde praten. Er was in de kamer.
18. Boven mijn hoofd zag ik bewegen. Het was een vogel.
19. Peter zei: "Ik zeg meer."
20. Ik wil van de directie spreken.