Nederlands voor anderstaligen
oefening 12.4

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Voltooid deelwoord
Werkwoorden met ge-, be-, ver-, her-, ont-, over-

 

vul in: tegenwoordige tijd of voltooid deelwoord
 1. gebeuren  Wat er met hem, als hij bij de politie komt?
 2. vertellen  Over dit meisje worden de vreemdste verhalen .
 3. herhalen  Die oefening moet steeds worden .
 4. herinneren  Mijn moeder mij er aan dat ik naar school moet.
 5. vervoeren  Er worden veel kisten met de vrachtauto.
 6. ontcijferen  Ik heb de moeilijke engelse brief .
 7. beloven  Door het gemeentebestuur wordt een onderzoek .
 8. veranderen  Nu de houding van de leraar plotseling.
 9. beantwoorden  Elke vraag wordt door de leerling .
10. ontwikkelen  Die jongen heeft zijn kennis van wiskunde goed !
11. beoordelen  De toetsen worden door de leraar .
12. beweren  Hij dat zijn vriend de fiets gestolen heeft.
13. overhandigen  De bloem werd door het meisje aan haar moeder .
14. bekennen  De jongen dat hij een bekeuring heeft gekregen.
15. verbranden  Ik heb bij het koken mijn hand .
16. ontdooien  Nu het warmer wordt is het ijs snel .
17. geloven  We hebben nooit dat je dom bent.
18. verdoven   De tandarts de kies voordat hij hem trekt.
19. ontkennen  Ik heb dat ik de jas gestolen heb.
20. verwennen  Die jongen wordt door zijn moeder .