Nederlands voor anderstaligen
oefening 12.3

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.
Regelmatige werkwoorden (vvt)

 

Ik maak een oefening.
    Ik heb een oefening gemaakt.
 1. Ik pak een map.  Ik .
 2. Ik fiets de hele dag.  Ik .
 3. Ik werk hard.  Ik .
 4. Ik dans tot twee uur.  Ik .
 5. Ik zet het kind op de grond.  Ik .
 6. Ik plak een postzegel op de brief.  Ik .
 7. Ik wens haar een goede morgen.  Ik .
 8. Ik klop op het raam.  Ik .
 9. Ik pluk twee rozen.  Ik .
10. Ik druk op de schakelaar.  Ik .
11. Ik rust een kwartier.  Ik .
12. Ik vis in de vijver.  Ik .
13. Ik stop de brief in de envelop.  Ik .
14. Ik knip mijn haar.  Ik .