Nederlands voor anderstaligen
oefening 12.14

Invuloefening

Klik onderaan de bladzijde op "Controle" als je helemaal klaar bent.

 

Is hij naar de bank geweest?
     Ja, hij is naar de bank geweest.
 1. Heeft zij gisteren hoofdpijn gehad?          Ja, zij .
 2. Heb ik een goed cijfer verdiend?    Nee, jij .
 3. Is de postbode in de flat geweest?    Nee, hij .
 4. Heeft hij een sigaret gerookt?    Nee, hij .
 5. Hebben zij in dat grote huis gewoond?    Nee, zij .
 6. Heeft het gisteren de hele dag gestormd?    Ja, het .
 7. Zijn de voetballers kampioen geweest?    Nee, zij .
 8. Heb jij een nieuwe fiets gehad?    Nee, ik .
 9. Zijn jullie naar het buitenland geweest?    Nee, wij .
10. Zijn zij op schoolreis geweest?    Ja, zij .
11. Is de man erg boos geweest?    Ja, hij .
12. Heeft het meisje een groot cadeau gehad?    Ja, zij .